Op 3 april 2018 overleed Michael. Hij was gemeenteraadslid voor de PvdA van 1974-1990 en wethouder van Amsterdam van 1978-1990
Raadslid 1974
1975 was het jaar van de diepste crisis ooit in het Amsterdamse gemeentebestuur. Wethouder Lammers was afgetreden omdat, na de metrorellen en het instorten van het linkse programcollege, de verdeeldheid van de 17 koppige PvdA-fractie de stad onbestuurbaar had gemaakt. Michael was toen net een jaar gemeenteraadslid en wist zich te midden van een 17 koppige verscheurde PvdA fractie een eenling.
Visie en democratische organisatie: de kanteling
Terugkijkend is te zien hoe Michael vanuit dat dieptepunt en die eenzaamheid heeft gebouwd aan een hechte samenwerking van gelijkgezinden in de stad en in de PvdA. Hij stuurde op een radicale kanteling van de ontwikkeling van de stad, en een kanteling van de gemeentelijke organisatie. Een kanteling en een samenwerking die vanaf 1978 een ongekende 12 jarige continuïteit heeft gekend. Een kanteling naar het door hem bedachte en uitgerolde concept van de compacte stad dat nu, 40 jaar later, nog steeds leidend is.
Spectaculair is de omslag van een trieste krimp van de bevolking tussen 1940 en 1980 naar een groei die Amsterdam weer de trotse hoofdstad heeft gemaakt met een ruim draagvlak voor buurt- en grootstedelijke voorzieningen. Iedereen lijkt nu wel in Amsterdam te willen wonen en werken en steeds meer Nederlanders en toeristen willen er allemaal op bezoek.
Hoe anders was dat eind jaren zeventig!
De leegloop van de binnenstad, waar kantoren het wonen verdrong; Kattenburg en de Nieuwmarktbuurt gesloopt, de voorgenomen sloop van andere wijken als de Pijp en de Dapperbuurt, de ineenstorting van industrie, scheepsbouw en haven. Een verarmde en vervuilde stad. Middengroepen wilden niet verhuizen naar de voor hun gebouwde Bijlmer maar kozen voor de overloop, wat voor de lager betaalden ook vaak een gedwongen stap was.
Monumentenbeschermers, studenten kunstenaars en andere mensen die hielden van de stad om z’n stedelijkheid, z’n fijnmazige schaal, z’n diversiteit en ruimte voor eigenzinnig gedrag zochten al 10 jaar een weg naar behoud en herstel, naar een nieuwe stedelijke bloei.
Michael was en bleef deel van die beweging, in z’n werk op de universiteit, als bewoner van de Pijp, als lid van de PvdA , als gemeenteraadslid en als wethouder.
Juist omdat hij deel van die beweging was en bleef heeft hij zijn, voor het huidige Amsterdam beslissende, werk kunnen doen.
Eerst een nieuwe visie uitwerken: behoud en herstel van de oude wijken, verdichting en inbreiding, ruimte voor fiets en OV, parkeerbeheer. Ook eerst de PvdA een nieuw programma, met nieuwe raadsleden die dat programma ook wilden uitvoeren. Eerst een programcollege met andere partijen in de Raad.
Wethouder 1978-1990
En daarna vanaf 1978 wethouder, het echte werk: Als je het beleid wil kantelen, moet de organisatie ook kantelen: projectgroepen stadsvernieuwing, een stuurgroep aanvullende woningbouw en vooral een sterke secretarie (dat heet nu bestuursdienst), moesten ervoor zorgen dat de nieuwe visie ook kon worden uitgevoerd. En een reorganisatie van de dienst PW/SO of was dat al gebeurd
En Michael zat daarbij in het oog van de storm: hij heeft de stedenbouwers van de dienst Ruimtelijke Ordening, die decennia lang zeer bekwaam en zeer deskundig het oude beleid hadden vormgegeven, dienstbaar weten te maken aan zijn nieuwe visie. Dat was een uitputtingsslag, voor hem, maar zeker ook voor die ambtenaren. In het weekend, soms zeer laat in de avond gingen bestemmingsplannen heen en weer, teksten en tekeningen. Voor gedetacheerde ambtenaren in de projectgroepen dwong hij mandaten af, dwars tegen de hiërarchische traditie van de dienst in. De eerste 4 jaar als wethouder waren zo loodzwaar: in de stad was nog niet veel van het nieuwe beleid te zien, kraken en de heroïne-problematiek eisten veel aandacht op. Maar het programcollege was eensgezind, net als de gemeenteraad, en de PvdA.
.
Oogsten
De verkiezingen van 1982 en 1986 gaven de PvdA en het programcollege een nieuw en ruim mandaat: het oogsten kon beginnen. In de Pijp, De Jordaan en de Nieuwmarkt worden hele blokken gerenoveerd en gaten gevuld. De aanvullende woningbouw in de westelijke tuinsteden komt op gang: Middelveldsche Akerpolder, Nieuw Sloten. Het werk van de DRO is nu inhoudelijk en financieel zo strak geprogrammeerd dat er een aparte begrotingspost komt om met de benen op tafel met de wethouder nieuwe ontwikkelingen te verkennen. De Corenwijnfase werd de naam voor deze essentiële beginstap voor ruimtelijke plannen. De IJ-oeverplannen zijn zo begonnen en ook Teleport: rond het nieuwe station Sloterdijk een nieuwe wijk met woningen en kantoren die speciaal bestemd zijn voor het groeiende internationale dataverkeer.
Ook in het verkeersbeleid werden nieuwe uitvindingen gedaan: Michael wist in Den Haag politieke en juridische steun te verwerven voor de wielklem en fiscaliseren van het parkeren. De parkeerchaos in de binnenstad verdween en de Stad kreeg voortaan de parkeergelden.
Met een speciaal Fietsknelpuntenkrediet wist Michael samen met de Fietsersbond fietspaden een vast onderdeel te maken van elke herprofilering. Tegen de trend in wist Michael de ministers van Verkeer en Waterstaat mee te krijgen in een modernisering en uitbreiding van het OV in Amsterdam, met de sneltram naar Amstelveen als sluitstuk.
Ten diepste ging het Michael uiteindelijk om een paar vaste waarden
Allereerst een diepe liefde voor de stad als plek waar mensen van zeer verschillende soort en afkomst op eigen wijze in vrijheid kunnen leven. Een diverse gemengde stad waarin steeds weer het evenwicht moet worden gevonden met tegendruk tegen sterke functies of groepen die de stad voor zichzelf willen, maar daardoor kapot dreigen te maken. Dat vraagt steeds om anticyclische maatregelen, die daarom ook vaak niet populair zijn. Zo heeft Michael in bestemmingsplannen voor de grachtengordel eerst een verbod op het omzetten van woningen in kantoren geregeld en een paar jaar later precies het omgekeerde. Alleen zo kon de menging gehandhaafd worden.
Vervolgens was Michael een praktiserend sociaaldemocraat: hij zag de stad als de plaats bij uitstek waar mensen die een moeilijke start hebben gehad zich kunnen ontwikkelen, hun brood moeten kunnen verdienen. Hij heeft altijd de samenwerking met de vakbeweging gezocht, ook al gold dat niet altijd wederzijds.
De stad bij uitstek ook voor mensen die als migrant, student of levenskunstenaar een nieuw leven willen opbouwen. Die verrijking blijft de stad ook steeds nodig hebben.
En tenslotte, maar zeker niet het minst: een democraat in hart en nieren: vrijheid van meningsuiting, inspraak, het primaat van de politiek ten opzichte van de ambtelijke organisatie en democratische besluitvorming door gekozen bestuur. Hij kwam tegenstanders waar mogelijk tegemoet en zocht steeds het gesprek. Avond aan avond zocht hij eerst de tegenstanders van de verdichtingsbouw en later van de sneltram op, met grote stukken in de kranten over de halsstarrige wethouder als gevolg.
De verkiezingsnederlaag van 1990 kwam voor hem dan ook niet als een verrassing: hij was eigenlijk stomverbaasd, dat het gelukt was om 12 jaar lang consequent aan zijn programma te werken. Hij had na de Lammers-ervaring het einde al veel eerder verwacht.
uitgesproken door Walter Etty


































