In memoriam Jeanine van Pinxteren

In memoriam Jeanine van Pinxteren
8 juni 1949 – 20 april 2025

Afgelopen zondag 20 april overleed Jeanine van Pinxteren. Jeanine was tientallen jaren actief in het ruimtelijk domein in Amsterdam en in de Amsterdamse politiek. Ze was een scherp én verbindend politicus, eerst acht jaar als raadslid en daarna acht jaar als bestuurder van Stadsdeel Centrum.

Na een studie politicologie aan de UvA en schilderkunst aan de Rietveld Academie was ze na een gevarieerde carrière langs ICT en cultuureducatie jarenlang zakelijk directeur van architectuur centrum ARCAM.

In 2002 werd ze gemeenteraadslid voor GroenLinks. Met onder andere verkeer en vervoer in haar portefeuille zat ze meteen in het oog van de storm van het misschien wel voornaamste politieke thema in de stadspolitiek van 2002: het definitieve besluit voor de aanleg van de Noord/Zuidlijn. Na langdurig dubben besloot GroenLinks op haar initiatief tégen te stemmen. Niet omdat Jeanine tegen de aanleg van een nieuwe metro was, maar omdat de financiële onderbouwing van déze lijn ondeugdelijk was.

Een groene partij die tegen nieuw openbaar vervoer stemt… Jaren later zou blijken dat het een juiste beslissing was. Na het door de aanleg verzakken van de Wevershuisjes op de Vijzelgracht besloot de gemeenteraad op haar initiatief een raadsenquête te houden naar de besluitvorming. De enquêtecommissie oordeelde stevig over de besluitvorming en concludeerde: “Het college had het besluit tot aanleg niet aan de raad mogen voorleggen en de raad had het besluit niet mogen nemen.” Bij de behandeling van de conclusies in de raad van 20 januari 2010 – 8 jaar na die stemming – voerde Jeanine weer het woord en was de cirkel rond.

Nog altijd wordt in de gemeenteraad zo nu en dan bij een discussie rond grote investeringen haar naam genoemd: de ‘motie Van Pinxteren’ die zij in 2010 door de raad loodste, stelt de gemeenteraad namelijk in staat om een deel van de investeringssom te gebruiken om een contra-expertise uit te voeren op voorstellen van het college.

Na haar raadsperiode stelde Jeanine zich kandidaat als lijsttrekker van GroenLinks in Stadsdeel Centrum. Die verkiezingen werden prompt door GroenLinks gewonnen – toen een unieke gebeurtenis. Jeanine werd stadsdeelvoorzitter en kreeg daarnaast wederom verkeer en vervoer en openbare ruimte in haar portefeuille, naast de voorzitterstaken rond veiligheid en evenementen.

Stadsdeel Centrum kwam uit een roerige politieke periode, en met als verbindend thema ’slow politics’ werd de rust én de openheid teruggebracht in de relatie tussen Dagelijks Bestuur en deelraad. Die slow politics betekende niet dat Jeanine geen lef had. Integendeel. Op de Elandsgracht, midden in de Jordaan, speelde een lange discussie over een nieuwe inrichting. Jeanine had toen al de visie die jaren later steeds gewoner werd: de openbare ruimte in de drukke binnenstad was in eerste plaats voor ménsen bedoeld, niet voor geparkeerd blik. En dus besloot ze dat de inzet zou moeten zijn om het gehele middenterrein van de Elandsgracht om te vormen van parkeerterrein naar een groene wandelomgeving en de stoepen te verbreden door het overgrote deel van de parkeerplaatsen te verwijderen. Parkeren konden de bezoekers en bewoners voortaan in de Marnixgarage om de hoek.

Dat leverde roerige bewonersavonden op, waar Jeanine zichtbaar van genoot. Onderdeel van een goed gesprek was voor haar immers vooral de uitwisseling van stevige meningen, en die waren er volop. In 2014 culmineerde de discussie in een referendum, die door het stadsdeel, met Jeanine als voorvechter, eveneens werd gewonnen. Bij de oplevering in 2016 werd de vernieuwde Elandsgracht, met dus een groen, autovrij middenterrein, door het Parool een ‘zalig voetgangers- en fietsgebied’ genoemd en in 2024 werd de Elandsgracht uitgeroepen tot meest bestendige winkelstraat van Nederland.

Ook zette ze in die tijd haar tanden in het Muntplein, dat een ‘onregelbaar’ kruispunt dreigde te worden met autoverkeer dat van vier kanten kwam. Jeanine presenteerde een toekomstbeeld waarin de Munt stapsgewijs autovrij zou worden in 2025. Uiteindelijk werd dat eindbeeld al in 2018 gerealiseerd, wat maar weer tekent hoezeer de discussie over de autoluwe stad, waar zij een beeldbepalend boegbeeld van was, versneld gemeengoed werd. In de hele binnenstad is dat te merken: ook op bijvoorbeeld de Eilandenboulevard bij de Oostelijke Eilanden liet ze haar sporen na en de fietsenstallingen op het Beursplein en Leidseplein werden door haar uit het bestuurlijke moeras getrokken en uiteindelijk gerealiseerd.

Jeanine was een scherp én verbindend politicus; en dat is een niet zo vaak voorkomende combinatie. Ze kon ongelooflijk innemend en toch ook duidelijk mensen van repliek dienen en ze was scherp én zachtmoedig in haar oordeelsvermogen. Mensen serieus nemen is ook helder maken waar je met elkaar van mening verschilt. In haar eigen woorden: “Niks leuker dan bewogen inspraakavonden; daar moest je aan de bak, en daar kon je het verschil maken!”

Na haar afscheid van het stadsdeel in 2018 bleef Jeanine politiek actief. Als bestuurslid van GroenLinks Amsterdam begeleidde ze nieuwe raadsleden en dagelijks bestuurders om hun politieke rol te vinden. GroenLinks én Amsterdam gaan haar vreselijk missen. We wensen haar familie veel sterkte bij dit verlies.

Zeeger Ernsting
Dagelijks Bestuurder in stadsdeel Oost en voormalig politiek assistent van Jeanine

Reina Spier

Onze Reina Spier ( VVD Gemeenteraadslid 1990-2002) is hemelwaarts gegaan en op Goede Vrijdag in de intieme kring van haar (klein)kinderen begraven .Zij leefde al 5 jaar in blessuretijd , tot het laatste moment de regie des levens in eigen hand houdend .
Zij was als 50 plusser een zij-instromer in de politiek en moest als jurist overtuigd worden deze overstap te wagen. Doorslaggevend was voor haar dat zij zich senang voelde bij de sociaal-liberale reputatie van de Amsterdamse VVD en haar geliefde stadsdeel Zuid een herkenbaar gemeenteraadslid extra zou krijgen. Dat ook nog haar favoriete portefeuilles Onderwijs en Kunst-Cultuur vacant waren, maakte haar dubbel gemotiveerd. Het ging haar om de inhoud en zij kon het politieke spel met publiciteit volgaarne aan anderen laten .
Als zij soms het kaas van het politieke brood liet eten of anderen met de eer gingen strijken of zij even haar zegeningen niet wist te tellen, kon ik haar laten glimlachen door het Amsterdamse gezegde “met bescheidenheid moet je naar de dokter” en daarna kon zij weer een tijdje charmant van zich afbijten.
Zij was in every inch a Lady , met hart voor haar geboortestad en welgemeend beschikbaar voor de brede diversiteit van bevolkingsgroepen. De mens stond bij haar centraal en voorop , Reina was een mensenmens en liet zich de geuzennaam “ moeder van de fraktie ”heerlijk aanleunen, zonder zelf maternalistisch te worden.
Zij stond op de bres voor “fatsoenlijk” onderwijs, je verantwoord gedragen en respect voor de leerkrachten, hameren op essentiele zaken als foutloos leren schrijven en rekenen, haar raadsnota “wat Hansje niet leert, zal Hansje niet weten “sprak boekdelen, naar school gaan was voor haar geen vrijetijdsbesteding, maar het boeken van resultaat.
Voor de kunst en cultuursector was zij een omnivoor, het pluriforme bestaansrecht van de kleine gezelschappen tot de grote podia, van festivals tot musea. Overal gaf Reina stijlvol acte de presence en wist coalities te smeden door dossiers boven de partijpolitiek te verheffen en daardoor draagvlak te realiseren.
Bij haar vertrek uit de gemeenteraad wilden wij haar de eretitel “VVD Kunstpaus “verlenen, maar in 2002 was dat nog geen genderneutrale titel, maar anno nu en postuum verdient Reina dit predikaat alsnog .
Slechts een keer hebben we haar voor belangenverstrengeling moeten behoeden, toen het De Mirandabad dreigde te verdwijnen waar zij frequent haar openlucht baantjes trok. Zij had moeite haar publieke opinie te beteugelen, maar was opgelucht dat haar fraktie kans zag in alle “ objectiviteit “ een reddende engel te worden.
Weinigen wisten dat voor Reina , als jurist, het ultieme hoogtepunt werd toen wij voor haar het prestigieuse voorzitterschap Commissie Algemene Bestuurlijke Juridische Zaken in de wacht sleepten. Zij deed dit met verve , scherp op de inhoud en de procedure de hamer hanterend en daardoor werd zij voor burgemeesters en ambtenaren een daadwerkelijke beschermengel bij de waan van de dag .
Met name vandaag de dag zou je iedere politieke partij, iedere burgemeester en iedere fraktievoorzitter weer een Reina Spier gunnen. Naar binnen konstruktief kritisch, naar buiten loyaal en eensgezind. Tot haar laatste moment maakte zij zich druk over het wel en wee van onze Hoofdstad en de landelijke politiek. Always clear , never loud.

In blijvende herinnering zijn wij erkentelijk voor wat Reina, alias ons Spiertje, betekend heeft voor de stad Amsterdam en het hoofdstedelijk liberalisme.

Namens allen, dus velen, die haar dierbaar en dankbaar zijn

Ferry Houterman, ex vvd gemeenteraadslid/fraktievoorzitter

Excursie en ALV in het Stadsarchief: 8 september vanaf 15 uur

Wij nodigen je hierbij uit voor de jaarlijkse VORAM-excursie, die dit jaar plaatsvindt op:

donderdag 8 september 2022, van 15.00 uur tot 17.30 uur, aansluitend borrel

Het Stadsarchief Amsterdam nodigt ons uit voor een rondleiding en lezing door de directeur, Bert de Vries. Ook het programmabureau Amsterdam 750 vertelt over de activiteiten en voorbereidingen voor dit feestelijk jaar in 2025. We combineren de excursie met onze Algemene Ledenvergadering. In de bijlage vind je de concept jaarrekening 2020 en 2021.

Het programma ziet er als volgt uit:

15.00            Inloop met koffie en thee in het Stadsarchief, Vijzelstraat

15.15            Welkom door Bert de Vries, directeur Stadsarchief

15.30            Algemene Ledenvergadering VORAM

15.50            Rondleiding door het gebouw

17.00            Presentatie door Tessel Schouten, programmamanager en Eva Brobbel, communicatieadviseur van Programmabureau Amsterdam 750

17.30            Afsluitende borrel en afscheid van de bestuursleden Jessie van der Linden, Hans Bakker en Anne Graumans in cafe De Bazel.

We stellen het zeer op prijs wanneer je ons laat weten of je meedoet aan de excursie. Dit kan door een mail te sturen aan Anne Graumans: oudraadsleden.amsterdam@gmail.com.

Met vriendelijke groet en hopelijk tot 8 september!

Jessie van der Linden                                                          Anne Graumans

Voorzitter                                                                               Secretaris

 

In memoriam: Hijn Bijnen

Begin januari van dit jaar overleed Hijn Bijnen. Hij was lid van de Amsterdamse gemeenteraad voor de Kabouters in de periode 1971-1973, vanaf 1993 woonde hij in Suriname.

Simen de Jong schreef een I.M.

In de tijd dat ik met hem samenwerkte/-speelde, begin jaren zeventig, verkeerden we in een roes van optimisme, speels maar nooit zonder een serieuze ondertoon.

Hijn was voor mij een trouw baken in de vaak tumultueuze sfeer van aksie alom, en aanhoudende beweging van idealen met vergezichten in het onvoorstelbare. Hij bracht hierin nuchterheid en praktische actie was m.i. zijn leidraad. Dat wat rondom gebeurde aanschouwde hij met reflectie en hij verstond de kunst om zijn kritiek warm te verpakken, innemend en konsekwent. In de gemeenteraad leerde ik dat afspraken met derden in de praktijk flinterdun bleken maar op Hijn kon je bouwen. Dit bleek ook uit zijn aanhoudende betrokkenheid met allerlei ‘akties’ zoals die in de Nieuwmarktbuurt (waar hij dichtbij op een woonboot huisde, o.a. tijdelijk met Kabouter en nu fotograaf Roel Burgler).

Coen Tasman heeft uitgebreid verslag gedaan van de Kabouterbeweging in zijn boek Louter Kabouter. Hierin zien we Hijn beschreven m.b.t. ettelijke stellingnames. Zo was hij het eerste soldatenlid van de Bond voor Dienstweigeraars (Witte BVD) en een van de oprichters van de Volksuniversiteit voor Sabotage. Ook werd hij coördinator van het Volksdepartement voor Behoeftenbevrediging.

In het interview van Coen Tasman met Hijn op 7 december 1980 staat een mooi en Hijn typerende anecdote:

“Hijn herinnert zich de 9e Interdeparlementaire Raadsvergadering van
juni 1970, waar Roel van Duijn meedeelde dat de kabouters waarschijnlijk
3 zetels zouden behalen en dat zij daarmee een kans maakten op een
wethouderszetel. Hijn zei toen tegen Roel: “Als jij wethouder wordt, dan
lopen wij binnen drie maanden tegen jou te demonstreren.” Hijn heeft op
3 juni 1970 dan ook niet op Kabouter gestemd, maar op de PSP.”

 

In Memoriam: Dick Ernst Claassen

Droevig nieuws, onze ere-voorzitter Dick Ernst Claassen, is overleden. Jan van Duijn sprak tijdens zijn uitvaart. Je leest hier zijn In Memorian voor Dick Ernst.

 

In Memoriam door Jan van Duijn 11 september 2020

Geachte aanwezigen, Beste Mensen,
Graag wil ik allereerst en alsnog mijn condoleances uitspreken aan de directe
familieleden van Dick Ernst, maar ook aan al zijn vrienden hier bijeen.
Toen Martine mij na zijn overlijden vroeg of ik deze middag een bijdrage wilde leveren door enkele van mijn herinneringen met u te delen, was mijn antwoord volmondig: Ja, Graag zelfs. Want Dick Ernst verdient het dat zijn vele verdiensten voor zijn medemens en voor Amsterdam verteld en herinnerd blijven worden.
Martine vroeg mij om vooral aandacht te besteden aan de Gemeente
Amsterdam en aan de Haven. Dat zal ik doen, maar mijn verhaal is breder,
omdat ik Dick Ernst in een tiental gremia heb meegemaakt en wij veel
gezamenlijke geschiedenis en affiniteit met elkaar hebben. Beiden zijn wij geboren en getogen Amsterdammer, waren eindredacteur van de schoolkrant, studeerden Rechten aan de Universiteit van Amsterdam, waren maatschappelijk betrokken en in politiek geïnteresseerd én zijn min of meer in dezelfde buurt opgegroeid.
In 1974 werd Dick Ernst als Gemeenteraadslid voor de VVD benoemd. Ikzelf (bijna 10 jaar jonger zijnde) was toen vooral nog buitenparlementair en in het actiewezen actief met o.a. gastarbeiders vanuit de Hervormde Jeugdraad aan de Prins Hendriklaan.
Als Gemeenteraadslid zette Dick Ernst zich 8 jaar lang vooral in om de relatie tussen de Gemeente Amsterdam en het Bedrijfsleven te verbeteren. Met zijn charme maakte hij veel vrienden. Zo ook met de P.v.d.A. Burgermeester Wim Polak en diens vrouw Jo Polak-van ’t Kruijs. De beeltenis van Wim door Martha Röling gemaakt hing op zijn kamer als zijnde een familielid. Toen ik in 1984 zelf in de Gemeenteraad werd benoemd ging ik mij ook voor die relatie inzetten.
Dick Ernst was toen geen Raadslid meer, maar toen ik in 1986 Enneus Heerma opvolgde als CDA Wethouder Economische Zaken en Haven kruisten onze wegen zich volop. Wij leerden elkaar redelijk intensief kennen, vooral tijdens de gezamenlijke buitenlandse reizen. Dick Ernst hield van reizen.
Dick Ernst was inmiddels directeur bij de Scheepvaart Vereniging Noord en bij het Havengebouw. Bij de S.V.N. heeft hij 27 jaar met veel enthousiasme gewerkt, waarvan 16 jaar als directeur. Het Havengebouw naast het C.S uit 1957 (ontworpen door Dudok) was één van de eerste P.P.S.’- en: Publiek- Private Samenwerkingen in Nederland. De Wethouder E.Z./Haven was er qualitate qua Commissaris, zoals die dat ook was bij o.a. bij Schiphol, enkele havenbedrijven en Sail Amsterdam. In die verbanden kwamen wij elkaar veelvuldig tegen. Daar werden toen ook de substantiële renovatievoorstellen van D.E. voor het Havengebouw goedgekeurd, die hij vervolgens als directe opdrachtgever tot ieders tevredenheid tot een goed einde heeft gebracht.
Dick Ernst participeerde in het Overleg Gemeente / Bedrijfsleven dat ik
voorzat en was nauw betrokken bij de totstandkoming van het Convenant
Amsterdam Noorzeekanaal Gebied, Amports en O.R.A.M. Hij vertegenwoordigde de werkgeversbelangen, maar vervulde ook een belangrijke brugfunctie tussen de Havenbaronnen en de vertegenwoordigers van de vakbonden. Hij zat integer in de wedstrijd met oog voor een gebalanceerde belangen afweging.
Havenbaronnen zoals bijvoorbeeld Hans Muller, eigenaar van V.C.K. en de
Cruise Terminal Amsterdam; Henk van Appeldoorn van de Hoogovens ( nu TATA-Steel )en Yke Vermeiden van Oil-tanking Amsterdam
Het waren roerige tijden: de havenactiviteiten aan de Oostkant van het C.S. moesten naar het Westelijk Havengebied verplaatst worden om ruimte te maken voor woningbouw. De Amsterdamse Noordzeekanaal Havens waren de 5-de in grootte van alle Europese havens met veel toegevoegde waarde en waren werelds grootste cacao haven. Zo was Ed van Thijn samen met ondergetekende als Wethouder Haven de delegatieleiders voor een AMPRO/AMPORTS handelsmissie naar de belangrijkste twee cacao herkomstlanden: Ghana en Ivoorkust. Mede organisator Dick Ernst Claassen had geregeld dat de delegatie in Ivoorkust op zondag 24 Januari 1988 een bezoek konden brengen aan het privé strand van het Nedlloyd Resort. Ik zal die dag van mijn leven nooit vergeten. De Nederlandse deelnemers aan de DAKAR rally waren er ook. Ter plekke kon Ik ternauwernood één van de havenbaronnen van de verdrinkingsdood uit een mui in de zee redden. Het was dus een zeer enerverende dag geweest. ’s-Avonds aan het diner bij de Nederlandse
Ambassadeur kreeg ik het bericht dat mijn vader met hartklachten in het AMC was opgenomen. Toen ik hem aan de telefoon kreeg, blies hij zijn laatste adem uit. Dick Ernst was het die vaderlijke, troostende woorden sprak en ik moest halsoverkop naar Nederland terugvliegen.

Dick Ernst was het ook die zich inspande om het Beeld c.q. Fontein van
Aphrodite uit het Oosterdok te redden en een plek op de kop van het KNSM Eiland te geven. U kunt het ter plekke nog bewonderen.
Samen waren wij jarenlang bestuurslid bij o.a. Sail Amsterdam. Toentertijd
o.l.v. van Hans Verkoren R.v.B. van de ING en kerkrentmeester van de
Westerkerk waarvoor D.E. fondsen had geworven. Het waren mooie
momenten, zoals in 1990– toen ik samen met mijn gezin en D.E.- de tocht van IJmuiden naar Amsterdam op de V.O.C. – Replica “De Amsterdam” meemaakte.
“De Amsterdam” was toen net gereed gekomen als resultaat van één van de succesvolste E.Z. leer/werkplekken voor ambachtslieden. Het is nog steeds een van de kroonjuwelen van het Scheepvaart Museum en het bezoeken meer dan waard.
De lijst van bestuursfuncties die Dick Ernst vervult heeft is zeer lang. Martine noemde er al een aantal. Ik zal mij nu – vanwege de tijd en uw aandachtspanne – beperken tot enkele opmerkingen over “VORAM, De Amsterdamsche Kring en het Verzetsmuseum Amsterdam.
V.O.R.A.M staat voor de Vereniging van Oud-raadsleden en Collegeleden van Amsterdam. Zij komen jaarlijks enkele keren bij elkaar voor excursies en een bezoek aan de Ambtswoning van de Burgermeester. Dick Ernst was de initiatiefnemer van deze vereniging en werd mede daarom later tot haar Ere-Voorzitter benoemd. Tot zijn opname in het Verpleeghuis was hij één van de meest frequente bezoekers van deze bijeenkomsten. De hier aanwezigen Reina Spier en collega ex-wethouder Duco Stadig zijn daar ook lid van.
Dat gold ook voor de Amsterdamsche Kring , opgericht na de Tweede W.O., waarvan de leden maandelijks bij elkaar komen en/of op werkbezoek gaan. Het zijn typische netwerkbijeenkomst waar D.E. zijn hart kon ophalen en zijn verbindende kwaliteiten kon benutten. Hij en ook de hier aanwezige Anton Gerritsen stelden altijd wel een vraag om te laten weten dat zij er waren, maar ook om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Dick Ernst was vaak een initiatiefnemer, maar ook de doener om vervolgens mee te werken aan de praktische realisering van de plannen. Hij was veelzijdig, creatief en van alle markten thuis en een uitstekende Ambassadeur voor – en van de Stad Amsterdam.
Dick Ernst was vanaf de oprichting midden jaren 80 tot in 2000 bestuurslid van het Verzetsmuseum Amsterdam en werd daarna ( en is nog) lid van het Comité van Aanbeveling. Toentertijd van Rinus Haks Voorzitter en waren o.a. Joop en Catrien Wolff van de C.P.N. markante bestuursleden maar D.E. kon met iedereen door 1 deur. Later werd het voorzitterschap overgenomen door Eberhard van der Laan en was ik zelf vele jaren Vice – Voorzitter. Toen wij het V.M.A. verhuisden van de Synagoge in de Lekstraat naar Gebouw Plancius tegenover Artis, kon Dick Ernst daarin een substantiële bijdrage leveren en kon hij zijn talenten van fondswerver / relatiebeheerder weer optimaal benutten.
Het devies van mijn moeder waar ik mee groot gebracht ben : “Willen is
Kunnen”, was ook het levensmotto van Dick Ernst. Niet in problemen, maar in oplossingen denken. Waar een wil is, is een weg. Niet in Lasten, maar in Lusten denken, dán wordt je een gelukkig mens.
Last but not least: D.E. was ook een gelovig mens en leefde onder de genade. Hij geloofde in de God wiens naam is: “Ik zal er zijn” en die zegt:“Jij mag er zijn”
Wij konden daar tijdens mijn bezoeken aan Vreugdehof vrijelijk over praten. Hij heeft bijv. Mattheus 25 altijd serieus genomen: aandacht geven aan de Hongerigen en Dorstenden, aan de Vreemdeling en aan de Zieken, de Gevangenen en de Verdrukten. Hij geloofde in de Opstanding van Jezus en een leven na de dood en verwachtte Mimi weer te gaan ontmoeten. Laten wij daar met z’n allen troost uit putten.
Bedankt D.E. voor wat je voor de stad en voor je medemens, inclusief mijzelf heb mogen betekenen.
Rust in Vrede en laten wij met elkaar de herinnering aan hem levend houden.
Jan van Duijn.


Ontvangst burgemeester Femke Halsema

De vereniging van oud raadsleden en oud wethouders was te gast bij de burgemeester in de ambtswoning. Nadat we vorig jaar hadden moeten uitwijken naar een cafe op het Rokin, konden we dit jaar kennismaken met onze burgemeester op een oude vertrouwde plek. Ruim 80 leden waren present en keurden tijdens de ALV van VORAM de jaarrekening goed. De penningmeester werd zelfs gevraagd wanneer er weer contributie betaald kon worden. Dat belooft veel goeds. De foto’s zijn van fotograaf Bas Uterwijk, met dank aan externe betrekkingen van de gemeente Amsterdam.

foto: Bas Uterwijk

foto: Bas Uterwijk

In memoriam: Agnès Simon

“Ons bereikte het droeve nieuws van het overlijden van….” schrijft het CDA-bestuur in een overlijdensadvertentie van onze oud-collega Agnès Simon.

In mijn herinnering de langste van de acht leden tellende eerste CDA-fractie in 1978 in de gemeenteraad van Amsterdam en zeker niet alleen in dat opzicht een buitenbeentje: vrolijk ging zij in op de uitnodiging van CPN-ster Welmoet Spreij om mee te doen met het vrouwenoverleg dat dwars door de tot dan gesloten fractiegrenzen heen ging en daardoor haaks stond op de mores in haar -toen onze- CDA-fractie. Zij heeft er, wat je noemt, een emancipatorisch voorhoedegevecht moeten voeren, denk ik. Ze moest het uit alle hoeken horen, maar nog hoor ik haar vrolijke lach daaronder.

Agnès kwam uit een artistiek rooms-katholiek milieu en daarmee samenhangend had in mijn herinnering vooral haar raadswerk in de commissie Kunstzaken haar hart, verknocht als zij was aan de muziek en de beeldende kunst. Dat bracht met zich dat als er weer eens een nieuwe directeur voor het Stedelijk moest komen de discussie met een passie gevoerd werd die niets had van het geserreerde dat meestal wanneer het over personeelszaken gaat, de boventoon voert. Inzet ook in de commissie Ouderenbeleid waar de moeizame exploitaties van gemeentelijke bejaardeninrichtingen om lastige bestuurlijke beslissingen vroegen.

Gemeenteraadslid van Amsterdam mogen zijn, beschouwde Agnès Simon als een grote eer; ze genoot met volle teugen van haar ambt en dat motiveerde haar zich met hart en ziel in te zetten en zich ook niet altijd te beperken tot de grenzen van het taakgebied van haar “eigen” commissies.

Toen het ledental van de CDA-fractie in de jaren negentig afnam, kwam een eind aan het gemeenteraadswerk van Agnès Simon. Dat stelde teleur maar na enige tijd deed het CDA een beroep op haar voor de Deelraad Amsterdam Zuid. Ze pakte het op en ging zich met dezelfde energie en met hetzelfde enthousiasme inzetten voor de publieke zaak in het Stadsdeel Zuid. Niet als een actievoerder met grootse en meeslepende idealen. Wel charmant, nuchter, bereikbaar, betrouwbaar en vooral: ruimhartig.

Victor Bruins Slot

Lid CDA-fractie 1978-1994

mmw Hans Spoelstra en Bernhard Zweers