Begin januari van dit jaar overleed Hijn Bijnen. Hij was lid van de Amsterdamse gemeenteraad voor de Kabouters in de periode 1971-1973, vanaf 1993 woonde hij in Suriname.
Simen de Jong schreef een I.M.
In de tijd dat ik met hem samenwerkte/-speelde, begin jaren zeventig, verkeerden we in een roes van optimisme, speels maar nooit zonder een serieuze ondertoon.
Hijn was voor mij een trouw baken in de vaak tumultueuze sfeer van aksie alom, en aanhoudende beweging van idealen met vergezichten in het onvoorstelbare. Hij bracht hierin nuchterheid en praktische actie was m.i. zijn leidraad. Dat wat rondom gebeurde aanschouwde hij met reflectie en hij verstond de kunst om zijn kritiek warm te verpakken, innemend en konsekwent. In de gemeenteraad leerde ik dat afspraken met derden in de praktijk flinterdun bleken maar op Hijn kon je bouwen. Dit bleek ook uit zijn aanhoudende betrokkenheid met allerlei ‘akties’ zoals die in de Nieuwmarktbuurt (waar hij dichtbij op een woonboot huisde, o.a. tijdelijk met Kabouter en nu fotograaf Roel Burgler).
Coen Tasman heeft uitgebreid verslag gedaan van de Kabouterbeweging in zijn boek Louter Kabouter. Hierin zien we Hijn beschreven m.b.t. ettelijke stellingnames. Zo was hij het eerste soldatenlid van de Bond voor Dienstweigeraars (Witte BVD) en een van de oprichters van de Volksuniversiteit voor Sabotage. Ook werd hij coördinator van het Volksdepartement voor Behoeftenbevrediging.
In het interview van Coen Tasman met Hijn op 7 december 1980 staat een mooi en Hijn typerende anecdote:
“Hijn herinnert zich de 9e Interdeparlementaire Raadsvergadering van
juni 1970, waar Roel van Duijn meedeelde dat de kabouters waarschijnlijk
3 zetels zouden behalen en dat zij daarmee een kans maakten op een
wethouderszetel. Hijn zei toen tegen Roel: “Als jij wethouder wordt, dan
lopen wij binnen drie maanden tegen jou te demonstreren.” Hijn heeft op
3 juni 1970 dan ook niet op Kabouter gestemd, maar op de PSP.”