Reina Spier

Onze Reina Spier ( VVD Gemeenteraadslid 1990-2002) is hemelwaarts gegaan en op Goede Vrijdag in de intieme kring van haar (klein)kinderen begraven .Zij leefde al 5 jaar in blessuretijd , tot het laatste moment de regie des levens in eigen hand houdend .
Zij was als 50 plusser een zij-instromer in de politiek en moest als jurist overtuigd worden deze overstap te wagen. Doorslaggevend was voor haar dat zij zich senang voelde bij de sociaal-liberale reputatie van de Amsterdamse VVD en haar geliefde stadsdeel Zuid een herkenbaar gemeenteraadslid extra zou krijgen. Dat ook nog haar favoriete portefeuilles Onderwijs en Kunst-Cultuur vacant waren, maakte haar dubbel gemotiveerd. Het ging haar om de inhoud en zij kon het politieke spel met publiciteit volgaarne aan anderen laten .
Als zij soms het kaas van het politieke brood liet eten of anderen met de eer gingen strijken of zij even haar zegeningen niet wist te tellen, kon ik haar laten glimlachen door het Amsterdamse gezegde “met bescheidenheid moet je naar de dokter” en daarna kon zij weer een tijdje charmant van zich afbijten.
Zij was in every inch a Lady , met hart voor haar geboortestad en welgemeend beschikbaar voor de brede diversiteit van bevolkingsgroepen. De mens stond bij haar centraal en voorop , Reina was een mensenmens en liet zich de geuzennaam “ moeder van de fraktie ”heerlijk aanleunen, zonder zelf maternalistisch te worden.
Zij stond op de bres voor “fatsoenlijk” onderwijs, je verantwoord gedragen en respect voor de leerkrachten, hameren op essentiele zaken als foutloos leren schrijven en rekenen, haar raadsnota “wat Hansje niet leert, zal Hansje niet weten “sprak boekdelen, naar school gaan was voor haar geen vrijetijdsbesteding, maar het boeken van resultaat.
Voor de kunst en cultuursector was zij een omnivoor, het pluriforme bestaansrecht van de kleine gezelschappen tot de grote podia, van festivals tot musea. Overal gaf Reina stijlvol acte de presence en wist coalities te smeden door dossiers boven de partijpolitiek te verheffen en daardoor draagvlak te realiseren.
Bij haar vertrek uit de gemeenteraad wilden wij haar de eretitel “VVD Kunstpaus “verlenen, maar in 2002 was dat nog geen genderneutrale titel, maar anno nu en postuum verdient Reina dit predikaat alsnog .
Slechts een keer hebben we haar voor belangenverstrengeling moeten behoeden, toen het De Mirandabad dreigde te verdwijnen waar zij frequent haar openlucht baantjes trok. Zij had moeite haar publieke opinie te beteugelen, maar was opgelucht dat haar fraktie kans zag in alle “ objectiviteit “ een reddende engel te worden.
Weinigen wisten dat voor Reina , als jurist, het ultieme hoogtepunt werd toen wij voor haar het prestigieuse voorzitterschap Commissie Algemene Bestuurlijke Juridische Zaken in de wacht sleepten. Zij deed dit met verve , scherp op de inhoud en de procedure de hamer hanterend en daardoor werd zij voor burgemeesters en ambtenaren een daadwerkelijke beschermengel bij de waan van de dag .
Met name vandaag de dag zou je iedere politieke partij, iedere burgemeester en iedere fraktievoorzitter weer een Reina Spier gunnen. Naar binnen konstruktief kritisch, naar buiten loyaal en eensgezind. Tot haar laatste moment maakte zij zich druk over het wel en wee van onze Hoofdstad en de landelijke politiek. Always clear , never loud.

In blijvende herinnering zijn wij erkentelijk voor wat Reina, alias ons Spiertje, betekend heeft voor de stad Amsterdam en het hoofdstedelijk liberalisme.

Namens allen, dus velen, die haar dierbaar en dankbaar zijn

Ferry Houterman, ex vvd gemeenteraadslid/fraktievoorzitter

In memoriam: Hijn Bijnen

Begin januari van dit jaar overleed Hijn Bijnen. Hij was lid van de Amsterdamse gemeenteraad voor de Kabouters in de periode 1971-1973, vanaf 1993 woonde hij in Suriname.

Simen de Jong schreef een I.M.

In de tijd dat ik met hem samenwerkte/-speelde, begin jaren zeventig, verkeerden we in een roes van optimisme, speels maar nooit zonder een serieuze ondertoon.

Hijn was voor mij een trouw baken in de vaak tumultueuze sfeer van aksie alom, en aanhoudende beweging van idealen met vergezichten in het onvoorstelbare. Hij bracht hierin nuchterheid en praktische actie was m.i. zijn leidraad. Dat wat rondom gebeurde aanschouwde hij met reflectie en hij verstond de kunst om zijn kritiek warm te verpakken, innemend en konsekwent. In de gemeenteraad leerde ik dat afspraken met derden in de praktijk flinterdun bleken maar op Hijn kon je bouwen. Dit bleek ook uit zijn aanhoudende betrokkenheid met allerlei ‘akties’ zoals die in de Nieuwmarktbuurt (waar hij dichtbij op een woonboot huisde, o.a. tijdelijk met Kabouter en nu fotograaf Roel Burgler).

Coen Tasman heeft uitgebreid verslag gedaan van de Kabouterbeweging in zijn boek Louter Kabouter. Hierin zien we Hijn beschreven m.b.t. ettelijke stellingnames. Zo was hij het eerste soldatenlid van de Bond voor Dienstweigeraars (Witte BVD) en een van de oprichters van de Volksuniversiteit voor Sabotage. Ook werd hij coördinator van het Volksdepartement voor Behoeftenbevrediging.

In het interview van Coen Tasman met Hijn op 7 december 1980 staat een mooi en Hijn typerende anecdote:

“Hijn herinnert zich de 9e Interdeparlementaire Raadsvergadering van
juni 1970, waar Roel van Duijn meedeelde dat de kabouters waarschijnlijk
3 zetels zouden behalen en dat zij daarmee een kans maakten op een
wethouderszetel. Hijn zei toen tegen Roel: “Als jij wethouder wordt, dan
lopen wij binnen drie maanden tegen jou te demonstreren.” Hijn heeft op
3 juni 1970 dan ook niet op Kabouter gestemd, maar op de PSP.”

 

In Memoriam: Dick Ernst Claassen

Droevig nieuws, onze ere-voorzitter Dick Ernst Claassen, is overleden. Jan van Duijn sprak tijdens zijn uitvaart. Je leest hier zijn In Memorian voor Dick Ernst.

 

In Memoriam door Jan van Duijn 11 september 2020

Geachte aanwezigen, Beste Mensen,
Graag wil ik allereerst en alsnog mijn condoleances uitspreken aan de directe
familieleden van Dick Ernst, maar ook aan al zijn vrienden hier bijeen.
Toen Martine mij na zijn overlijden vroeg of ik deze middag een bijdrage wilde leveren door enkele van mijn herinneringen met u te delen, was mijn antwoord volmondig: Ja, Graag zelfs. Want Dick Ernst verdient het dat zijn vele verdiensten voor zijn medemens en voor Amsterdam verteld en herinnerd blijven worden.
Martine vroeg mij om vooral aandacht te besteden aan de Gemeente
Amsterdam en aan de Haven. Dat zal ik doen, maar mijn verhaal is breder,
omdat ik Dick Ernst in een tiental gremia heb meegemaakt en wij veel
gezamenlijke geschiedenis en affiniteit met elkaar hebben. Beiden zijn wij geboren en getogen Amsterdammer, waren eindredacteur van de schoolkrant, studeerden Rechten aan de Universiteit van Amsterdam, waren maatschappelijk betrokken en in politiek geïnteresseerd én zijn min of meer in dezelfde buurt opgegroeid.
In 1974 werd Dick Ernst als Gemeenteraadslid voor de VVD benoemd. Ikzelf (bijna 10 jaar jonger zijnde) was toen vooral nog buitenparlementair en in het actiewezen actief met o.a. gastarbeiders vanuit de Hervormde Jeugdraad aan de Prins Hendriklaan.
Als Gemeenteraadslid zette Dick Ernst zich 8 jaar lang vooral in om de relatie tussen de Gemeente Amsterdam en het Bedrijfsleven te verbeteren. Met zijn charme maakte hij veel vrienden. Zo ook met de P.v.d.A. Burgermeester Wim Polak en diens vrouw Jo Polak-van ’t Kruijs. De beeltenis van Wim door Martha Röling gemaakt hing op zijn kamer als zijnde een familielid. Toen ik in 1984 zelf in de Gemeenteraad werd benoemd ging ik mij ook voor die relatie inzetten.
Dick Ernst was toen geen Raadslid meer, maar toen ik in 1986 Enneus Heerma opvolgde als CDA Wethouder Economische Zaken en Haven kruisten onze wegen zich volop. Wij leerden elkaar redelijk intensief kennen, vooral tijdens de gezamenlijke buitenlandse reizen. Dick Ernst hield van reizen.
Dick Ernst was inmiddels directeur bij de Scheepvaart Vereniging Noord en bij het Havengebouw. Bij de S.V.N. heeft hij 27 jaar met veel enthousiasme gewerkt, waarvan 16 jaar als directeur. Het Havengebouw naast het C.S uit 1957 (ontworpen door Dudok) was één van de eerste P.P.S.’- en: Publiek- Private Samenwerkingen in Nederland. De Wethouder E.Z./Haven was er qualitate qua Commissaris, zoals die dat ook was bij o.a. bij Schiphol, enkele havenbedrijven en Sail Amsterdam. In die verbanden kwamen wij elkaar veelvuldig tegen. Daar werden toen ook de substantiële renovatievoorstellen van D.E. voor het Havengebouw goedgekeurd, die hij vervolgens als directe opdrachtgever tot ieders tevredenheid tot een goed einde heeft gebracht.
Dick Ernst participeerde in het Overleg Gemeente / Bedrijfsleven dat ik
voorzat en was nauw betrokken bij de totstandkoming van het Convenant
Amsterdam Noorzeekanaal Gebied, Amports en O.R.A.M. Hij vertegenwoordigde de werkgeversbelangen, maar vervulde ook een belangrijke brugfunctie tussen de Havenbaronnen en de vertegenwoordigers van de vakbonden. Hij zat integer in de wedstrijd met oog voor een gebalanceerde belangen afweging.
Havenbaronnen zoals bijvoorbeeld Hans Muller, eigenaar van V.C.K. en de
Cruise Terminal Amsterdam; Henk van Appeldoorn van de Hoogovens ( nu TATA-Steel )en Yke Vermeiden van Oil-tanking Amsterdam
Het waren roerige tijden: de havenactiviteiten aan de Oostkant van het C.S. moesten naar het Westelijk Havengebied verplaatst worden om ruimte te maken voor woningbouw. De Amsterdamse Noordzeekanaal Havens waren de 5-de in grootte van alle Europese havens met veel toegevoegde waarde en waren werelds grootste cacao haven. Zo was Ed van Thijn samen met ondergetekende als Wethouder Haven de delegatieleiders voor een AMPRO/AMPORTS handelsmissie naar de belangrijkste twee cacao herkomstlanden: Ghana en Ivoorkust. Mede organisator Dick Ernst Claassen had geregeld dat de delegatie in Ivoorkust op zondag 24 Januari 1988 een bezoek konden brengen aan het privé strand van het Nedlloyd Resort. Ik zal die dag van mijn leven nooit vergeten. De Nederlandse deelnemers aan de DAKAR rally waren er ook. Ter plekke kon Ik ternauwernood één van de havenbaronnen van de verdrinkingsdood uit een mui in de zee redden. Het was dus een zeer enerverende dag geweest. ’s-Avonds aan het diner bij de Nederlandse
Ambassadeur kreeg ik het bericht dat mijn vader met hartklachten in het AMC was opgenomen. Toen ik hem aan de telefoon kreeg, blies hij zijn laatste adem uit. Dick Ernst was het die vaderlijke, troostende woorden sprak en ik moest halsoverkop naar Nederland terugvliegen.

Dick Ernst was het ook die zich inspande om het Beeld c.q. Fontein van
Aphrodite uit het Oosterdok te redden en een plek op de kop van het KNSM Eiland te geven. U kunt het ter plekke nog bewonderen.
Samen waren wij jarenlang bestuurslid bij o.a. Sail Amsterdam. Toentertijd
o.l.v. van Hans Verkoren R.v.B. van de ING en kerkrentmeester van de
Westerkerk waarvoor D.E. fondsen had geworven. Het waren mooie
momenten, zoals in 1990– toen ik samen met mijn gezin en D.E.- de tocht van IJmuiden naar Amsterdam op de V.O.C. – Replica “De Amsterdam” meemaakte.
“De Amsterdam” was toen net gereed gekomen als resultaat van één van de succesvolste E.Z. leer/werkplekken voor ambachtslieden. Het is nog steeds een van de kroonjuwelen van het Scheepvaart Museum en het bezoeken meer dan waard.
De lijst van bestuursfuncties die Dick Ernst vervult heeft is zeer lang. Martine noemde er al een aantal. Ik zal mij nu – vanwege de tijd en uw aandachtspanne – beperken tot enkele opmerkingen over “VORAM, De Amsterdamsche Kring en het Verzetsmuseum Amsterdam.
V.O.R.A.M staat voor de Vereniging van Oud-raadsleden en Collegeleden van Amsterdam. Zij komen jaarlijks enkele keren bij elkaar voor excursies en een bezoek aan de Ambtswoning van de Burgermeester. Dick Ernst was de initiatiefnemer van deze vereniging en werd mede daarom later tot haar Ere-Voorzitter benoemd. Tot zijn opname in het Verpleeghuis was hij één van de meest frequente bezoekers van deze bijeenkomsten. De hier aanwezigen Reina Spier en collega ex-wethouder Duco Stadig zijn daar ook lid van.
Dat gold ook voor de Amsterdamsche Kring , opgericht na de Tweede W.O., waarvan de leden maandelijks bij elkaar komen en/of op werkbezoek gaan. Het zijn typische netwerkbijeenkomst waar D.E. zijn hart kon ophalen en zijn verbindende kwaliteiten kon benutten. Hij en ook de hier aanwezige Anton Gerritsen stelden altijd wel een vraag om te laten weten dat zij er waren, maar ook om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Dick Ernst was vaak een initiatiefnemer, maar ook de doener om vervolgens mee te werken aan de praktische realisering van de plannen. Hij was veelzijdig, creatief en van alle markten thuis en een uitstekende Ambassadeur voor – en van de Stad Amsterdam.
Dick Ernst was vanaf de oprichting midden jaren 80 tot in 2000 bestuurslid van het Verzetsmuseum Amsterdam en werd daarna ( en is nog) lid van het Comité van Aanbeveling. Toentertijd van Rinus Haks Voorzitter en waren o.a. Joop en Catrien Wolff van de C.P.N. markante bestuursleden maar D.E. kon met iedereen door 1 deur. Later werd het voorzitterschap overgenomen door Eberhard van der Laan en was ik zelf vele jaren Vice – Voorzitter. Toen wij het V.M.A. verhuisden van de Synagoge in de Lekstraat naar Gebouw Plancius tegenover Artis, kon Dick Ernst daarin een substantiële bijdrage leveren en kon hij zijn talenten van fondswerver / relatiebeheerder weer optimaal benutten.
Het devies van mijn moeder waar ik mee groot gebracht ben : “Willen is
Kunnen”, was ook het levensmotto van Dick Ernst. Niet in problemen, maar in oplossingen denken. Waar een wil is, is een weg. Niet in Lasten, maar in Lusten denken, dán wordt je een gelukkig mens.
Last but not least: D.E. was ook een gelovig mens en leefde onder de genade. Hij geloofde in de God wiens naam is: “Ik zal er zijn” en die zegt:“Jij mag er zijn”
Wij konden daar tijdens mijn bezoeken aan Vreugdehof vrijelijk over praten. Hij heeft bijv. Mattheus 25 altijd serieus genomen: aandacht geven aan de Hongerigen en Dorstenden, aan de Vreemdeling en aan de Zieken, de Gevangenen en de Verdrukten. Hij geloofde in de Opstanding van Jezus en een leven na de dood en verwachtte Mimi weer te gaan ontmoeten. Laten wij daar met z’n allen troost uit putten.
Bedankt D.E. voor wat je voor de stad en voor je medemens, inclusief mijzelf heb mogen betekenen.
Rust in Vrede en laten wij met elkaar de herinnering aan hem levend houden.
Jan van Duijn.


In memoriam: Agnès Simon

“Ons bereikte het droeve nieuws van het overlijden van….” schrijft het CDA-bestuur in een overlijdensadvertentie van onze oud-collega Agnès Simon.

In mijn herinnering de langste van de acht leden tellende eerste CDA-fractie in 1978 in de gemeenteraad van Amsterdam en zeker niet alleen in dat opzicht een buitenbeentje: vrolijk ging zij in op de uitnodiging van CPN-ster Welmoet Spreij om mee te doen met het vrouwenoverleg dat dwars door de tot dan gesloten fractiegrenzen heen ging en daardoor haaks stond op de mores in haar -toen onze- CDA-fractie. Zij heeft er, wat je noemt, een emancipatorisch voorhoedegevecht moeten voeren, denk ik. Ze moest het uit alle hoeken horen, maar nog hoor ik haar vrolijke lach daaronder.

Agnès kwam uit een artistiek rooms-katholiek milieu en daarmee samenhangend had in mijn herinnering vooral haar raadswerk in de commissie Kunstzaken haar hart, verknocht als zij was aan de muziek en de beeldende kunst. Dat bracht met zich dat als er weer eens een nieuwe directeur voor het Stedelijk moest komen de discussie met een passie gevoerd werd die niets had van het geserreerde dat meestal wanneer het over personeelszaken gaat, de boventoon voert. Inzet ook in de commissie Ouderenbeleid waar de moeizame exploitaties van gemeentelijke bejaardeninrichtingen om lastige bestuurlijke beslissingen vroegen.

Gemeenteraadslid van Amsterdam mogen zijn, beschouwde Agnès Simon als een grote eer; ze genoot met volle teugen van haar ambt en dat motiveerde haar zich met hart en ziel in te zetten en zich ook niet altijd te beperken tot de grenzen van het taakgebied van haar “eigen” commissies.

Toen het ledental van de CDA-fractie in de jaren negentig afnam, kwam een eind aan het gemeenteraadswerk van Agnès Simon. Dat stelde teleur maar na enige tijd deed het CDA een beroep op haar voor de Deelraad Amsterdam Zuid. Ze pakte het op en ging zich met dezelfde energie en met hetzelfde enthousiasme inzetten voor de publieke zaak in het Stadsdeel Zuid. Niet als een actievoerder met grootse en meeslepende idealen. Wel charmant, nuchter, bereikbaar, betrouwbaar en vooral: ruimhartig.

Victor Bruins Slot

Lid CDA-fractie 1978-1994

mmw Hans Spoelstra en Bernhard Zweers

 

In Memoriam Welmoet Spreij

Welmoet Spreij

Welmoet Spreij overleed op 17 februari 2019. Zij was van 1982 tot 1986 voor de CPN lid van de Gemeenteraad. Zij maakte het stadsbestuur open voor vrouwen en mensen die anders zijn.

Zij wist waar zij het over had.

In 1982 moest Groen Links nog geboren worden. PSP, PPR en CPN durfden de sprong naar samenwerking en opheffing pas veel later aan. Gemeentelijk emancipatiebeleid stond nog in de kinderschoenen. Ambtelijke topposities waren voor mannen en de Utrechtsestraat was een levensgevaarlijke tippelzone.

Welmoet Spreij was een invloedrijke stem in de raad bij beleid tegen seksueel geweld, voor positieve actie voor vrouwen en minderheden binnen de gemeente, maar ook bij thema’s als personeelsbeleid en gezondheidszorg in de wijken. Na haar studie culturele antropologie, werkte zij als hoofdverpleegkundige in het Slotervaart Ziekenhuis waar zij lid was van de Medezeggenschap Commissie.

Na haar raadsperiode gaf zij leiding aan personeelszaken in een groot ziekenhuis en werkte zij als coach en als programmaleider bij Publiek Domein. Tot aan haar pensionering in 2016 werkte zij in (project) leidinggevende posities bij de Dienst Zorg & Ondersteuning van de gemeente Amsterdam.

Mannetjes cultuur werd aangetast

De aanloop naar de gemeenteraad van Welmoet Spreij verliep nogal spectaculair. Het had weinig gescheeld of niet Roel Walraven maar zij had als lijsttrekker op de CPN- affiches gestaan.  Met lef hadden feministen binnen de Amsterdamse CPN veel invloed verworven. De kandidatenlijst bestond voor de helft uit vrouwen en het werken in duo’s stelden zij collectief als voorwaarde om mee te willen doen. Het gestaalde partijkader zag zich veel macht uit handen gespeeld.

Het duo-raadslidmaatschap kwám er in Amsterdam en daarmee werd de toegangspoort tot de stadspolitiek opener, democratischer. De mannetjes cultuur werd aangetast. Welmoet Spreij wist, door samen te werken met vrouwen over partijgrenzen heen, succesvol te zijn en dat werd een inspiratiebron voor toekomstige groen-linkse samenwerking.

Het besturen van een stad kan vandaag beter worden gecombineerd met ander werk, kinderen en vrienden. In het huidige Amsterdamse College zijn vrouwen ruim in de meerderheid. In de archeologie van dit ‘knotsgekke linkse College’ zijn ongetwijfeld sporen te vinden van Welmoet Spreij en de knotsgekke feministes die haar in de Raad brachten.

Repareren van de wereld’

In de jaren zeventig woonde zij in een krakerscomplex aan de Bloemgracht. Rebels Amsterdam zette daar haar strijdkreten op stencil. Tweede hands naaimachines werden gerepareerd en brancards in elkaar gezet voor Vietnam en Zuidelijk Afrika. Gevluchte Griekse studenten en Portugese deserteurs, zij weigerden in Afrika koloniale oorlogen uit te vechten, kregen er onderdak. In gastarbeiderspensions gaf zij les Nederlandse taal.

Aan de strijd tegen de metrobouw en kaalslag van de Nieuwmarkt nam zij actief deel. Uit deze heftige op straat bevochten crisis is een fundamenteel andere en betere stadsontwikkeling voortgekomen. Maar het leerde haar ook dat op straat, onder anarchistische vlag, de grens flinterdun kan zijn tussen burgerlijk ongehoorzaamheid en gewelddadig nihilisme.

Drie leden van de woongroep vonden daarop hun weg naar het Amsterdamse stadbestuur, naast Welmoet Spreij (CPN), waren dat Jan van Duijn (CDA) en Bert Holvast (Groen Links). Het ‘revolutionaire kraakcomplex’ werd teruggeven aan de woningbouwvereniging om er sociale woningbouw te realiseren.

Ook de AIVD was het opgevallen dat het leven van Welmoet Spreij, jongste dochter van een landsadvocaat, boeiend verliep. Uit haar AIVD dossier (meer dan 125 bladzijden) blijkt dat bij veel vergaderingen van vakbond, actieoverleg gezondheidzorg en partij, een mol enthousiast verslag uitbracht van haar inbreng.

Wie ‘de wereld van onrechtvaardigheden wil repareren’, moet zich soms aan de randen van de status quo durven te bewegen maar een ‘staatsgevaarlijk’ was zij niet. Welmoet Spreij was een vreedzame, praktische idealist die, zonder blauwdruk of einddoel, actief bleef. Nog afgelopen najaar was zij coach voor statushouders die op zoek zijn naar een plekje op de Amsterdamse arbeidsmarkt. Zij is slechts 67 jaar geworden.

(dit is een bewerkte versie van de afscheidswoorden op Zorgvlied uitgesproken door Bert Holvast).

In Memoriam, Michael van der Vlis

Op 3 april 2018 overleed Michael. Hij was gemeenteraadslid voor de PvdA van 1974-1990 en wethouder van Amsterdam van 1978-1990
Raadslid 1974

1975 was het jaar van de diepste crisis ooit in het Amsterdamse gemeentebestuur. Wethouder Lammers was afgetreden omdat, na de metrorellen en het instorten van het linkse programcollege, de verdeeldheid van de 17 koppige PvdA-fractie de stad onbestuurbaar had gemaakt. Michael was toen net een jaar gemeenteraadslid en wist zich te midden van een 17 koppige verscheurde PvdA fractie een eenling.

Visie en democratische organisatie: de kanteling

Terugkijkend is te zien hoe Michael vanuit dat dieptepunt en die eenzaamheid heeft gebouwd aan een hechte samenwerking van gelijkgezinden in de stad en in de PvdA. Hij stuurde op een radicale kanteling van de ontwikkeling van de stad, en een kanteling van de gemeentelijke organisatie. Een kanteling en een samenwerking die vanaf 1978 een ongekende 12 jarige continuïteit heeft gekend. Een kanteling naar het door hem bedachte en uitgerolde concept van de compacte stad dat nu, 40 jaar later, nog steeds leidend is.

Spectaculair is de omslag van een trieste krimp van de bevolking tussen 1940 en 1980 naar een groei die Amsterdam weer de trotse hoofdstad heeft gemaakt met een ruim draagvlak voor buurt- en grootstedelijke voorzieningen. Iedereen lijkt nu wel in Amsterdam te willen wonen en werken en steeds meer Nederlanders en toeristen willen er allemaal op bezoek.

Hoe anders was dat eind jaren zeventig!

De leegloop van de binnenstad, waar kantoren het wonen verdrong; Kattenburg en de Nieuwmarktbuurt gesloopt, de voorgenomen sloop van andere wijken als de Pijp en de Dapperbuurt, de ineenstorting van industrie, scheepsbouw en haven. Een verarmde en vervuilde stad. Middengroepen wilden niet verhuizen naar de voor hun gebouwde Bijlmer maar kozen voor de overloop, wat voor de lager betaalden ook vaak een gedwongen stap was.

Monumentenbeschermers, studenten kunstenaars en andere mensen die hielden van de stad om z’n stedelijkheid, z’n fijnmazige schaal, z’n diversiteit en ruimte voor eigenzinnig gedrag zochten al 10 jaar een weg naar behoud en herstel, naar een nieuwe stedelijke bloei.

Michael was en bleef deel van die beweging, in z’n werk op de universiteit, als bewoner van de Pijp, als lid van de PvdA , als gemeenteraadslid en als wethouder.

Juist omdat hij deel van die beweging was en bleef heeft hij zijn, voor het huidige Amsterdam beslissende, werk kunnen doen.

Eerst een nieuwe visie uitwerken: behoud en herstel van de oude wijken, verdichting en inbreiding, ruimte voor fiets en OV, parkeerbeheer. Ook eerst de PvdA een nieuw programma, met nieuwe raadsleden die dat programma ook wilden uitvoeren. Eerst een programcollege met andere partijen in de Raad.

Wethouder 1978-1990

En daarna vanaf 1978 wethouder, het echte werk: Als je het beleid wil kantelen, moet de organisatie ook kantelen: projectgroepen stadsvernieuwing, een stuurgroep aanvullende woningbouw en vooral een sterke secretarie (dat heet nu bestuursdienst), moesten ervoor zorgen dat de nieuwe visie ook kon worden uitgevoerd. En een reorganisatie van de dienst PW/SO of was dat al gebeurd

En Michael zat daarbij in het oog van de storm: hij heeft de stedenbouwers van de dienst Ruimtelijke Ordening, die decennia lang zeer bekwaam en zeer deskundig het oude beleid hadden vormgegeven, dienstbaar weten te maken aan zijn nieuwe visie. Dat was een uitputtingsslag, voor hem, maar zeker ook voor die ambtenaren. In het weekend, soms zeer laat in de avond gingen bestemmingsplannen heen en weer, teksten en tekeningen. Voor gedetacheerde ambtenaren in de projectgroepen dwong hij mandaten af, dwars tegen de hiërarchische traditie van de dienst in. De eerste 4 jaar als wethouder waren zo loodzwaar: in de stad was nog niet veel van het nieuwe beleid te zien, kraken en de heroïne-problematiek eisten veel aandacht op. Maar het programcollege was eensgezind, net als de gemeenteraad, en de PvdA.

.

Oogsten

De verkiezingen van 1982 en 1986 gaven de PvdA en het programcollege een nieuw en ruim mandaat: het oogsten kon beginnen. In de Pijp, De Jordaan en de Nieuwmarkt worden hele blokken gerenoveerd en gaten gevuld. De aanvullende woningbouw in de westelijke tuinsteden komt op gang: Middelveldsche Akerpolder, Nieuw Sloten. Het werk van de DRO is nu inhoudelijk en financieel zo strak geprogrammeerd dat er een aparte begrotingspost komt om met de benen op tafel met de wethouder nieuwe ontwikkelingen te verkennen. De Corenwijnfase werd de naam voor deze essentiële beginstap voor ruimtelijke plannen. De IJ-oeverplannen zijn zo begonnen en ook Teleport: rond het nieuwe station Sloterdijk een nieuwe wijk met woningen en kantoren die speciaal bestemd zijn voor het groeiende internationale dataverkeer.

Ook in het verkeersbeleid werden nieuwe uitvindingen gedaan: Michael wist in Den Haag politieke en juridische steun te verwerven voor de wielklem en fiscaliseren van het parkeren. De parkeerchaos in de binnenstad verdween en de Stad kreeg voortaan de parkeergelden.

Met een speciaal Fietsknelpuntenkrediet wist Michael samen met de Fietsersbond fietspaden een vast onderdeel te maken van elke herprofilering. Tegen de trend in wist Michael de ministers van Verkeer en Waterstaat mee te krijgen in een modernisering en uitbreiding van het OV in Amsterdam, met de sneltram naar Amstelveen als sluitstuk.

Ten diepste ging het Michael uiteindelijk om een paar vaste waarden

Allereerst een diepe liefde voor de stad als plek waar mensen van zeer verschillende soort en afkomst op eigen wijze in vrijheid kunnen leven. Een diverse gemengde stad waarin steeds weer het evenwicht moet worden gevonden met tegendruk tegen sterke functies of groepen die de stad voor zichzelf willen, maar daardoor kapot dreigen te maken. Dat vraagt steeds om anticyclische maatregelen, die daarom ook vaak niet populair zijn. Zo heeft Michael in bestemmingsplannen voor de grachtengordel eerst een verbod op het omzetten van woningen in kantoren geregeld en een paar jaar later precies het omgekeerde. Alleen zo kon de menging gehandhaafd worden.

Vervolgens was Michael een praktiserend sociaaldemocraat: hij zag de stad als de plaats bij uitstek waar mensen die een moeilijke start hebben gehad zich kunnen ontwikkelen, hun brood moeten kunnen verdienen. Hij heeft altijd de samenwerking met de vakbeweging gezocht, ook al gold dat niet altijd wederzijds.

De stad bij uitstek ook voor mensen die als migrant, student of levenskunstenaar een nieuw leven willen opbouwen. Die verrijking blijft de stad ook steeds nodig hebben.

En tenslotte, maar zeker niet het minst: een democraat in hart en nieren: vrijheid van meningsuiting, inspraak, het primaat van de politiek ten opzichte van de ambtelijke organisatie en democratische besluitvorming door gekozen bestuur. Hij kwam tegenstanders waar mogelijk tegemoet en zocht steeds het gesprek. Avond aan avond zocht hij eerst de tegenstanders van de verdichtingsbouw en later van de sneltram op, met grote stukken in de kranten over de halsstarrige wethouder als gevolg.

De verkiezingsnederlaag van 1990 kwam voor hem dan ook niet als een verrassing: hij was eigenlijk stomverbaasd, dat het gelukt was om 12 jaar lang consequent aan zijn programma te werken. Hij had na de Lammers-ervaring het einde al veel eerder verwacht.

uitgesproken door Walter Etty

 

 

In Memoriam Eberhard van der Laan

AMSTERDAM-EBERHARD VAN DER LAAN-PORTRETDroevig te horen dat Eberhard van der Laan zo kort na het neerleggen van zijn taken op donderdagavond 5 oktober is overleden.

Hij was van 1990 tot 1998 lid van de gemeenteraad. Vanaf 1993 als fractieleider van de PvdA. Begonnen als politiek assistent van wethouder Jan Schaeffer was dat zijn voorbeeld. Hij was een raadslid die de confrontatie niet schuwde, maar altijd vanuit een diepe overtuiging de stad vooruit te helpen. Zijn lidmaatschap van de Raad combineerde hij met zijn advocatenpraktijk bij Kennedy en van der Laan.

In 2010 kwam Eberhard van der Laan terug in het bestuur van Amsterdam. Op 7 juli 2010 werd hij beëdigd tot burgemeester. Hij wist op unieke wijze bestuurlijke kwaliteiten en burgervaderschap te verenigen gedreven door zijn liefde voor Amsterdam en de Amsterdammers. Daardoor raakte hij de Amsterdammers en veroverde een plek in de harten van velen. Alle uitingen van medeleven en verdriet getuigen van de grote waardering voor zijn inzet voor ‘de mooiste en liefste stad van de wereld’.

Eberhard heeft de Amsterdammers een boodschap meegegeven: ‘Zorg goed voor onze stad en voor elkaar’. Dit kan ons aller motto zijn!

We zullen onze burgemeester missen!

Het bestuur Vereniging Oud raads- en collegeleden
Jessie van der Linden
Anne Graumans
Hans Bakker
Zafer Yurdakul